is toegevoegd aan uw favorieten.

Sigarenfabriek José Alvarez

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Arnold, zeg 't nooit iemand van mijn ziekte, Tilly weet het niet.

De jonge fabrikant begrijpt, dat hij een zuigeling is in het leven. Hij zal er niet bij blijven stilstaan. Hij zal de zaak van zijn vader trouw blijven, hij zal dag en nacht arbeiden om de solide naam van zijn firma, zoolang hij overeind staat, te handhaven. Maar hij zal het leven niet meer laf ontwijken. Het is hem duidelijk, volkomen en opeens, en het maakt hem zeer rustig, dat de hoogste waarde niet in de boeken noch in de cultuur is te vinden. Ieder mensch van den geringsten tot den machtigsten sleept zijn drama mee als een slak zijn huis.

— Mina, je moet verstandig zijn. Cor heeft jou nou meer noodig dan ooit en ik zal je helpen om je geheel en al in een kliniek te laten behandelen. Voor jou ziekte zijn gelukkig tegenwoordig uitstekende medicijnen. Over die dwaasheid om dien vent van je te vermoorden, waarmee je ook Cor en Tilly den genadeslag zou geven, spreek ik niet eens verder.

Mina zwijgt. Volkomen op de hoogte, maar toch met een bezwaard gevoel, verlaat hij eindelijk, nadat hij alles met Mina heeft besproken, het huis, waar hij eens zulke vroolijke avonden had doorgebracht. Mina had hem ook verteld wat Tilly haar over haar avonturen met Antoine Brésart geschreven had. Hij wist het trouwens reeds allemaal, want één keer had zij hem ook geschreven, heel uitvoerig. Toen was alles rose en champagne om haar geweest. Zij had hem eerlijk alles gebiecht en schalks en wreed-openhartig had zij er aan toegevoegd: „nu weet

Sigarenfabriek José Alvarez 20