is toegevoegd aan uw favorieten.

Sigarenfabriek José Alvarez

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weigeren. Alsof hij het had uitgesproken zoo schrikt Alkemade van deze gedachte. Weigeren. Tilly wegsturen. Tilly wegsturen. Fel als een messteek treft hem opnieuw de zekerheid van dit plan. Alkemade snelt naar buiten. Langs de rivier. De schaduw van den avond is hem gemeenzaam. Het donkere water beklemt hem. Langzaam wandelt Alkemade, beschermd door het milde herfstweer onder de rijk bevrachte boomen. Hij bidt onder het loopen. De goede Jezus verleent hem rust. Nu weet hij dat hij nooit tevergeefs heeft gebeden. De goede Herder zal een keus voor hem doen. Wat gering is mijn lijden in vergelijking met het Zijne, denkt Alkemade. Hij weet op dit oogenblik, dat alleen de mensch die het leed aan den lijve heeft ondervonden als een melaatsche zijn stinkende wonden, heilzamen raad kan geven aan zijn lijdenden medemensch.

Wandelend, schijnbaar innerlijk zonder beroering, een toestand van kalmte, een rimpelloos meer gelijk, schrikt Alkemade opnieuw van eigen vreeslooze nuchterheid. Tilly is te ver gegaan. Hij is man, hij heeft zijn fierheid die hem veel waard is en die hij niet te grabbel kan gooien. Zou Tilly hem, wanneer hij deze zwakte volvoerde ooit nog kunnen eerbiedigen? Zijn lichaam moet dan nog maar eenige jaren pijn lijden. Dit besef geeft hem bijna genot. Hij heeft leeren inzien, dat er voor den mensch een groot surplus bestaat op het dierlijke. De brief rijpt reeds in zijn brein: Lieve Tilly, je hebt mij in je brief gevraagd, of ik je wil vergeven en ik kan je nu met stelligheid zeggen dat ik weet dat God je vergeeft. Gisteren-