is toegevoegd aan uw favorieten.

Nachtvorst

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ALS men de paden van den tuin afliep, kwam men aan een hekje van kippengaas; daarbuiten was nog slechts een smalle rand gras en dan kwam het water. Op dat plekje gras zaten dikwijls eenden te rusten in de schaduw van de seringeboompjes en 's middags wilden soms de zwanen, die woonden in het park, aan komen zwemmen en den oever bestijgen om waardig het brood te ontvangen uit de hand van het kind, dat al op ze stond te wachten. Een klein blond kind was het, een jongetje, met lange blonde pijpekrullen als van een meisje, in een wit matrozenpakje en lange broek. Een miniatuurmatroosje was hij zoo of eigenlijk juist niet, met die lange honigblonde krullen en de ongemeen groote blauwe oogen. Hij speelde vaak in de buurt van het water, omdat daar schaduw was. Daar stond ook zijn driewieler en een Amerikaansche schommel, een groot gevaarte van rood geverfd hout, dat, terwijl het niet zoo gevaarlijk was als een gewone schommel, ruimte bood aan vier kinderen, twee aan iederen kant en dat toch door een klein jongetje als Arthur van Stuyvesant in beweging gezet kon worden. Dikwijls stonden er kinderen aan de overzij van de beek te kijken naar den rooden schommel. Ze benijdden er het witte matrozenjongetje om en het ventje merkte dat en voelde er zich trotsch door Niet dat hij anderen kinderen iets misgunde, alleen hij ging zoo weinig om met leeftijdgenootjes. Mrs. Grudge, de waschvrouw, was eens vergezeld geweest van haar dochtertje, toen ze de wasch bracht. Kleine Mary had de verleiding niet kunnen weerstaan. Terwijl haar moeder met de mevrouw in het zwart onderhandelde over een onderrok, waarvan het entredeux was afgetornd, had zij de kans waargenomen om nu dien schommel eens van nabij te bekijken. Toen de beide moeders, mevrouw van