is toegevoegd aan je favorieten.

Nachtvorst

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

terrein. Een bouquet voor wie, voor zijn moeder, voor van West?... Als een golf van pijn doortrok de herinnering hem aan de scene thuis. Het rillend lachen van zijn moeder raakte verbonden met het krassen van den roofvogel. Elke keer dat dit geluid door de ijle lucht sneed hoorde hij tegelijk dat lachen. Hij begreep de beteekenis er niet van, alleen deed het verschrikkelijk pijn. Juist doordat hij met zijn verstand niet kon onderzoeken, wat hem kwetste, werd hij er zoo hevig door gemarteld. Het geheimzinnige van dat uitgestorven huis, de gesloten deur, die gouden engelen, die iets, dat hij niet weten mocht, bewaakten, nam de dreigende en spookachtige hoedanigheden aan van een nachtmerrie. Hij voelde zich in de eerste plaats verraden. Zijn eigen moeder, dat plekje donzige liefheid, dat altijd wel ergens klaar stond als hij behoefte aan haar had; die schoot, waarop hij geklommen was als kleine jongen, die geurige fluweelige wang, de streelende lippen, dat in prettige vertrouwde zachte kleeren gehulde lieflijke lichaam, dat zoo geree uit vergetelheid verrees tot medelijdende omhelzing om daarna, naar gelang zijner behoeften, weer in de vergetelheid terug te zinken, had zich plotseling ontpopt als een mensch gelijk een ander, die zijn eigen wegen ging, die niet enkel meer naar den naam „moeder" luisterde, maar ook een voornaam droeg: Ida, een voornaam zooals andere vrouwen, die niet zijn moeder waren, droegen. En hij voelde, dat die Ida geworden moeder met de nerveus spelende hand, nooit meer te verinnigen zou zijn tot enkel een potentie van liefkozing, zonder meer, hetgeen ze tot op dezen ochtend voor hem geweest was. En dan mijnheer van West. Waar was zoo opeens die stralende man, dien hij vanmorgen nog in zijn zwempak op de hooge brug had zien staan, gebleven? Het was hem