is toegevoegd aan uw favorieten.

Nachtvorst

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

picknicken. Des ochtends bij het ontbijt getuigde de geur van sterrekers met citroen, gemengd met de bloesemgeur, die door de open ramen naar binnenstroomde, van haar lieve bedoeling de dagen van dezen prachtigen zomer voor den zoon te vullen met teederzomersche weelde. Ze rekten en rekten den draad van tevreden geluk tot deze bijna knapte.

Op een Zaterdagmiddag, vlak voor de zomervacantie, toen Arthur met zijn fiets op goed geluk van huis was weggereden, trof hij in den voortuin zijner ouderlijke woning zijn veel ouderen vriend Leo Wichers aan. Leo was, nadat hij twee keer gezakt was voor zijn eindexamen, na een elfj arig verblijf op het gymnasium door zij n ouders van de lesbanken weggenomen en het vorig jaar bij een oom als volontair gekomen om in het bankbedrijf te worden ingewijd. Leo kwam naar buiten en er werd algesproken, dat ook hij zijn fiets zou halen en dat ze samen thee zouden gaan drinken bij Timmer, een mondain restaurant, dat midden op de heide was verrezen en dat een geliefkoosde pleisterplaats was voor paardrijdenden uit de omstreken. Ze reden eerst samen op het fietspad onder de beuken, terwijl Leo wat luidruchtig schold op de officieele opleiding op het gymnasium en aan de universiteit, die er maar was om ouders en kinderen zand in de oogen te strooien. Hij had een heel wat interessanter vak gekozen en lachte wat om het gevos van zijn vroegere klasgenooten. Zijn oom was heel tevreden over hem en liet al wel eens dingen aan zijn eigen initiatief over; bedrogen de voorteekenen niet, dan zou hij in de toekomst de opvolger worden van den kinderloozen bankier. Arthur luisterde met gemengde gevoelens, hij wilde den rechten weg, waarover zijn oom Joost gesproken had, niet maar zoo voetstoots in den geest ontrouw worden.