is toegevoegd aan uw favorieten.

Nachtvorst

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verteld had over een leeraarsbaantje ergens in het noorden van het land. Zijn tante Rene? Arthur verbeeldde zich, dat hij zich nog precies kon voorstellen, hoe zij er in dien tijd had uitgezien. Zoo iets krakend schoons had ze over zich gehad, met van die lichte linnen jurken en altijd bloemen in een glazen kokertje op haar borst. Niet te gelooven, dat dit dezelfde was als de dikke, uitgezakte matrone, die het gedaan had gekregen van de vele leelijke huizen in de bollenstreek het allerleelijkste uit te kiezen, met torentjes en groene serres en prutserige balcons en met kruiwagens in den tuin. Hoe zijn moeder er vroeger uit had gezien herinnerde hij zich niet meer. Als hij aan zijn moeder dacht rees er in hem een irriteerend medelijden met een hulpelooze, eenzame, ziekelijke vrouw, die hem weifelend naar de oogen keek.

En hij zelf? Terwijl hij zoo klaar wakker boven op de dekens lag en toeliet, dat de herinneringen aan zijn kindertijd hem bespeelden, was hij weerloos tegenover een besef, dat langzaam in hem rees en steeds duidelijker vormen aannam, het besef, dat het niet goed ging met hem. Er was iets weggetrokken uit zijn leven, dat er vroeger altijd was geweest. Een vanzelfsprekende aanwezigheid van iets schoons en zuivers, dat altijd in beweging was als ware het onderhevig aan getijden, maar dat zoo nu en dan aanzwol tot een golf van geluksverbeiden. Ook wanneer dat iets in ebtoestand verkeerde, zoodat hij het contact ermee verloren had, was de leegte nooit verontrustend, want al waren deze gemoedsaandoeningen nooit bewust geworden, iets in hem wist, dat na de eb, met onomstootelijke zekerheid de vloed zou komen. Hij herinnerde zich momenten uit zijn kindertijd, waarin het was alsof het heerlijke haast voor het