is toegevoegd aan je favorieten.

Nachtvorst

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

huppelende kinderen. Direct al, nadat een jongeman met een rozet in het knoopsgat den chauffeur het sein had gegeven tot stoppen, werd Arthur, nog voor hij afgerekend had, bestormd door twee kleine meisjes, die stoeierig een anjer uit een korfje in de lapel van zijn jas bevestigden. Door deze onvrijwillige verandering aan zijn uiterlijk voelde hij zich niet zoo zeker meer. Hij bleef nog besluiteloos staan, als om zich te orienteeren, toen naast hem het portier van een geweldige crème wagen geopend werd, waaruit een oude dame en de deken van de universiteit stapten. Tegelijkertijd kwamen van den anderen kant eenige officieren in groot tenue aangewandeld, met een rijzige, zeer elegant gekleede vrouw in hun midden. In een zijlaantje zag hij een flits van een hagelwitte nurse met eenige kleine kinderen en een paar vermoedelijk als zeegoden verkleede jongens en meisjes, holden, zich met hun drietand in de takken der dennen verwarrend, struikelend weg, terwijl een jongetje, dat een visschenhoofd opgestulpt had, zich nog gauw omdraaide om de witte kindertjes bij de nurse aan het schrikken te maken. De overgang van zijn machtsdroomen naar deze hem volkomen vreemde realiteit was wel heel groot. Hij sloeg naar het andere uiterste over en vroeg zich in een paniekstemming af, wat hij hier te zoeken had? Wie was hij hier tusschen deze vreemden? Hij trachtte zich te binnen te brengen, wat hij zich eigenlijk van het meisje Diekirch herinnerde, maar van de Marceline, die deze maanden een baken geweest was voor zijn bestaan, bleef in dezen lichten feesttuin, doorzwateld van vreemde stemmen, overruischt door muziek van strijkjes tusschen de boomen niets over. Een jongetje in een wit matrozenpak riep hem toe een laantje tusschen rhododendrons in te buigen, dat direct naar het terras