is toegevoegd aan uw favorieten.

Nachtvorst

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

achthoekige kamer was het eerste vertrek, sedert hij het huis zijner moeder verlaten had, dat hem aangenaam aandeed. Het was sober gemeubeld en had niets van de weelderige praal die het verblijf op de Dellen soms beklemmend maakte. Als hij zat aan de kale werktafel keek hij door de ramen over de wijde Plas, grijzig in het wintersche middaglicht, met het grauwige geveder van boompjes vervagend in de verte. Koelte en rust gaven de hooge gestucte wanden, waarop het eenige kleurvlak werd gevormd door een ingelijste tabel der wapens van verschillende adellijke geslachten, terwijl het wapen der van Weeze Vorstels gebrand was in het glas van een blauwe bokaal, die op een eiken kast stond.

Arthur had den eersten dag nog even het plan gekoesterd zich te verzetten, terug te keeren naar zijn oude kamer, zijn vrienden, de kroeg. Maar toen de indruk van mevrouw Diekirch's wat opdringerig en door dubbelzinnigheid moeilijk aanvaardbare vriendelijkheid wat was getemperd (deze was door mijnheer Diekirch's koel zakelijke en correcte houding al een goed stuk geneutraliseerd) ontzonk hem de moed anders dan voor den nacht terug te keeren naar zijn oude omgeving. Te fel sloeg de tegenzin tegen zijn kamer, zijn hospita en alle gedachten, die met dit milieu samenhingen in hem op. Op den duur was hij dankbaar, dat Marceline had ingegrepen. Dikwijls kwam ze, als hij zat te werken bij hem zitten met een boek. Dan was het alsof de koele zuiverheid dier witte kamer, gelegen diep verscholen in den verlaten winterschen tuin, nog eens extra geaccentueerd werd. Hij vond het prettig als hij omkeek deze jonge vrouw in den leunstoel te zien zitten met haar laaggehakte bruine sportschoenen gestut op den nikkelen rand van de kachel. Er was iets schoons om haar heen zooals