is toegevoegd aan je favorieten.

De wilde schuit

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doet zijn werk. De steward, die vroeger havenarbeider te Rotterdam is geweest, staat vergenoegd een liedje te fluiten onder het werken in de kapiteinshut. De timmerman met het lamme handje is bezig op het sloependek. Hij sjouwt met spijkers, hamer en hout, en maakt zichzelf wijs dat hij werkt. Tevreden is hij nu bepaald niet, maar iets van berusting in zijn lot is met een beetje goede wil van zijn verwrongen gezicht nog wel te lezen. Alleen Jagers wrokt. Dat heeft me de kok gelapt om mij dien koksmaat op mijn dak te sturen, denkt hij. Uitkijkers heb ik niet noodig. Hij moet zeker spionneeren hoe het bij mij toegaat. Hij is ook eenigszins in zijn trots gekrenkt, dat de kapitein direct den kok zijn zin heeft gegeven en hem dien mallen Versluys heeft afgeschoven. De bootsman heeft het op een vroegere reis tegen Jan Viers, den rechtvaardigen en open Hollander, moeten afleggen in het bijzijn van den kapitein. Nu wrokt hij tegen hem. Als een kat sluipt hij weg. Hij voelt zich achteraf gezet. Als verweer moppert hij, geeft hatelijkheden ten beste. De matrozen slaan in het begin niet veel acht op zijn insinueerende opmerkingen. Doch Jagers persevereert. Als een droppel die om de zooveel seconden terugkeert, zoo de regelmatig herhaalde stekende opmerkingen van den bootsman.

Chris, de volle en vurige Brabantsche matroos met zijn regelmatig mooi straf gezicht, heeft donkere haren en zijn vroolijke lach van de eerste dagen krijgt onder invloed van de hitte, des bootsmans heimelijke influisteringen, geleidelijk aan een vreemdsoortige scherpte, die begint te lijken op de grimas van Hein, den langen ma-