is toegevoegd aan je favorieten.

De wilde schuit

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

troos. De lange en de boots kunnen het wel met elkaar vinden. De lange houdt er ook van om hier en daar een hatelijkheid te lanceeren aan het adres van de officieren en naderhand zelfs tegen eigen volk.

Het werk wordt op de klok verricht. Het eten staat te koken op het fornuis in de nauwe kombuis. De kapitein smoort een pijpje. Het water is onder de effen blauwe lucht, en het steeds weerkeeren van dezelfde maaltijden en handelingen op dezelfde uren heeft de geheele bemanning om zoo te zeggen onder de suggestie gebracht van een natuurlijke regeling. Zij zijn als gebiologeerd en leven zonder weerspannigheid voort. Een tijd lang hetzelfde zonnige klimaat en de glijdende beweging van het schip over de strakke watervelden heeft het levende aan boord gevangen in een vertrouwd rhythme. De Wijkerhaven heeft zich steeds verder van de vaste aarde verwijderd.

De timmerman is onmisbaar. Niet om zijn werk. Zijn lamme handje, scheeve mond en slordige, neerhangende snor zijn onmisbaar geworden. De andere mannen aan boord zijn er aan gewoon geraakt. Zij kunnen niet meer zonder het zien ervan. Ook de messroom-boy is niet te vervangen. Wanneer hij 's middags met zijn kopjes thee achter de officieren aan loopt, ergert zich de ruige stoker aan Pfeiffer's onderdanigheid, amuseert de kok zich met zijn korte, driftige, eigenzinnige pasjes en krijgen de officieren een behaaglijk gevoel, wanneer zij van den gedienstigen oud-Feldwebel met zijn „bitte Tasse" het lavende vocht plus een buiging in ontvangst nemen. Arthur Pfeiffer is klein en heeft een grooten neus.