is toegevoegd aan uw favorieten.

De wilde schuit

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is het echter de kok, die hem aan de praat houdt.

- Ik ben wel tevreden over den dekjongen, kapitein, maar het is toch beter dat de koksmaat, als zijn vingers heelemaal genezen zijn, weer hier komt werken. De dekjongen heeft zich tenslotte niet hiervoor verhuurd. Iedereen moet volbrengen waarvoor hij zich uitgeeft, wat zegt u, kapitein?

- Tja, dat ben ik met je eens, kok. Ik zal het den stuurman zeggen, dan komt het wel voor elkaar. Anders nog iets?

- Niets, kapitein.

Met een kort „dag hoor" neemt de oue afscheid van Jan Viers, die naar zijn hut gaat om zijn middagrust te nemen. -Jan, roep me om kwart voor vier, zegt hij tegen den van achteren komenden dekjongen.

- Goed, kok, antwoordt deze hem op onverschilligen toon; hij probeert hiermee zijn slaafschheid te verbergen. Viers trekt zijn natte witte hemd uit, wascht zich vluchtig en gaat op zijn kooi liggen. Hij deelt de hut met den steward uit Katendrecht. Nu is hij alleen, want de Rotterdammer houdt op een ander uur zijn middagrust. Het is zijn gewoonte om eerst een tukkie te doen, alvorens hij zijn Engelsche Magazines begint te lezen. Dat doet hij graag. Zijn jarenlange praktijk in Amerika en zijn reizen op Engelsche steamers hebben hem niet alleen deze taal goed leeren spreken, maar ook in zijn geheele allure, tot zelfs in zijn uiterlijk toe, heeft hij iets van den sportieven, beheerschten Engelschman gekregen. Zelfs zou men hem het type van den Brit kunnen noemen. En dan zeer zeker niet uitsluitend van den bui-