is toegevoegd aan uw favorieten.

De wilde schuit

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een nacht met hun zwabbers weg - is meer dan de aarde voor hen geworden. Het voortdurend contact met het dek maakt boot en mensch tot één leven. Het gaan en komen naar en van de bepaalde plaatsen: het roer, de machinekamer, de kooien en de uitkijkposten, is magnetisch geworden.

De nauwe kombuis met haar smallen, langwerpigen kok, die altijd rechtop staat en den pootigen koksmaat, die thans zijn geschilde aardappelen in de breede bak met water gooit, is de prikkel voor de bemanning waar zij naar verlangen en dien ze niet meer ontberen kunnen. Het is de afleiding voor hen geworden, noodzakelijk om de verveling te verdrijven.

De tweede machinist hunkert naar een twist met den messroom-bediende: den veertigjarigen HerrBitteTasse, oud-Duitsch Feldwebel. De bootsman ligt op de loer om den kok op een ongerechtigheid te betrappen. De lange Hein is nog niet aan zijn verveling toe en verzadigt zich eerst aan het goede eten, verkent de nieuwelingen en knoopt links en rechts gesprekken aan. De oue kuiert vergenoegd over het dek, maakt een praatje met den koksmaat en belooft hem voor de warmere streken een afdakje te laten spannen, zoodat hij 's ochtends buiten aardappelen kan schillen.

Er heerscht nog vrede aan boord.

Er wordt roest geklopt om dan de boot opnieuw in de verf te zetten. De Wijkerhaven laat zich gewillig bewerken. Zeker kiest hij zijn weg door het zoute water. De sloepen hangen werkeloos in hun davits. Onder de persennings vermoedt men iets verborgen.

4