is toegevoegd aan uw favorieten.

De wilde schuit

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En hij, de kleine Versluys, drinkt. Hij is niet naar de hoeren geweest. Hij heeft geloopen, geloopen, en altijd maar heeft hij die houten vloer van de Wijkerhaven onder zijn voeten gevoeld en de aarde bewoog van links naar rechts, van links naar rechts en terug en terug. De spierkrachtige Dolf, met zijn slordig broekje en zijnwerkmanshemd, drinkt het bier en gloed komt in zijn oogen. Dolf kijkt naar het buffet, waar het is zooals in Holland. Hij ontdekt er zelfs een kruik Bols. Hij vraagt om een borrel, een echten borrel.

- Cerveza no bueno, zegt hij in gebroken Spaansch. Vuile, grijze rook hangt in het vertrek. Het gebrom van de machinekamer herhaalt zich in zijn ooren, en zijn bloed is afgestemd op de melodie van de zee. Verlatenheid achter de glazen vierkanten ruiten van de havenkroeg.

Wanneer zijn dollar opgedronken is, stapt hij op. De marconist en de derde tracteeren de matrozen. Ze zijn verbroederd door den drank.

Dan komt de boots binnen. Hij gaat bij de matrozen zitten. Hij vermoedde dat ze hier zouden zijn.

- Hoor es, zegt hij tegen den lange, en omzichtig gluurt hij naar links en naar rechts en tersluiks naar het tafeltje van den marconist, lusten jullie vanavond nog wat?

- En niet zoo'n klein beetje ook, antwoordt Hein begeerig.

Hij heeft direct in de gaten, dat de boots op de een of andere manier aan geld weet te komen.

- Twee Polen willen mee met de Wijkerhaven naar Argentinië, maar ze hebben geen papieren. Als we ze nu