is toegevoegd aan uw favorieten.

De wilde schuit

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De eerste loopt even langs. Hij is zooals steeds druk in de weer, werpt vluchtig den kok een goeden dag toe. Die twee verstaan elkaar.

Nu is de boot dichter bij de haven gekomen. Het toenemen der geluiden verraadt de aanwezigheid van varende en stilliggende booten. Klokkengelui is uit de verte hoorbaar. Het loeien der boeien maakt den zich samenpakkenden mist nog mistiger. Kattengehuil. Neen, het zijn jankende hyena's of ratten, die scherp piepen in een verlaten huis.

Hoeveel booten varen er door het grijze, vlokkige poeder? Scherpe fluiten, alsof er jacht gemaakt wordt door onzichtbare jagers op voorwereldlijke schimmen. Zelfs in de machinekamer dringt de beklemdheid, die om en aan het schip is, geleidelijk door. Op de brug bewegen zich de officieren rondom het roer, als schaduwen uit een schimmenspel.

De voormast hangt aan den nevel.

De Wijkerhaven vaart door de lucht.

De beide Polacken liggen onder het zeildoek in de reddingboot. Ze luisteren angstig naar de akelige geluiden. Ze prevelen vergeten gebeden, roepen hun afgedankten God weer aan. Wanneer zij stappen bij de reddingboot meenen te hooren, drukken zij zich tegen elkaar aan. Eenige dagen reeds hebben zij zich niet gewasschen. Ze moeten eikaars reuk verdragen.

Als een groote verdwaalde vogel beweegt zich de Wijkerhaven nog in den mist.

Meindert Steensma trekt onrustig aan zijn brandend