is toegevoegd aan je favorieten.

De wilde schuit

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gestrooid, — als ze centen ruiken, dan komen ze wel, de Hollandsche officieren.

Dolf is bezig de groenten schoon te maken. Hij breekt de stelen van de waaiervormige bladen af. Hij vindt het gezellig wat met den kok onder het werk door te praten en blijft daarom in de nauwe, heete kombuis.

- Hé, Arthurtje, roept de kok, die vandaag goeden zin schijnt te hebben, heb je onzen bokskampioen ook gisteren avond bewonderd? Dat is wat anders dan bei uns zu Hause! zegt hij tegen den messroom-bediende, die in de kombuis komt kijken of de koffie voor de Herren al klaar staat.

Maar Herr Bitte Tasse is voor geen kleintje vervaard.

- Ach was! zegt het kleine mannetje afwijzend met één hand, zijn groote neus loodrecht op zijn grooten mond, — hab' auch schon gemacht.

En inderdaad gaat Pfeiffertje vertellen van zijn bokservaringen in den ring. Iets van het verhaal moet toch waar zijn. Na twee minuten boksen heeft Arthurtje zijn handen omhoog gestoken: hij gaf zich gewonnen. Maar gebokst had hij.

Jan Viers heeft er dezen morgen merkbaar plezier in om de mannen te voeren. Want als de dikbuikige tweede machinist voor de kombuisopening verschijnt, schiet de kok dadelijk op hem af met:

- Hebt u 't gehoord? Dolf heeft gisterenavond alles k. o. gebokst, den een na den ander. Nou krijgt ie toch een bezaantje van u?

De kok weet, dat de tweede machinist een grooten voorraad jenever bij het vertrek van de boot heeft ingeslagen,