is toegevoegd aan je favorieten.

De wilde schuit

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waar hij niemand een droppel van afstaat. Hij heeft alles goed afgesloten in zijn hut staan.

De dikke machinist, die in zijn werkpakje even naar boven is gekropen om wat tabak uit zijn hut te halen, opent voor zijn doen wijd zijn kleine kalfsoogjes, lacht door zijn volharige snor heen en begint vervaarlijk tegen den koksmaat te blazen, hetgeen als uiting van vriendelijkheid bedoeld is.

- Boksen, boksen, zegt hij, heft zijn beide armen op en brengt ze met moeite voor zijn uitpuilend lichaamsgedeelte.

- Boksen, boksen, herhaalt hij en snuivend en blazend waggelt hij verder naar de trap van de machinekamer. De koksmaat zit op de bank bij de kombuisopening aan stuurboord. De pan met groenten tusschen zijn voeten. De kok is bezig met de pannen op het vuur. De groote ketel met soep staat te trekken. Voor twee en dertig man. Rijst is er in en selderij, prei en andere soepgroenten, uitgehakte beenderen en groote hompen soepvleesch. De ketel staat op het open vuur, de ring is er af gehaald. Hij moet even aan den kook gebracht...

Jan Viers heeft niet veel over den wedstrijd tegen zijn koksmaat gezegd. Hij heeft alleen fijntjes tegen zijn jongen helper gelachen, toen hij hem 's ochtends in de kombuis ontmoette. Nu krijgt hij er steeds meer schik in. Tegen den donkey spreekt de kok geen woord over gisterenavond.

- Het begint warmer te worden, kokkie!

-Ja, dat kan nog heeter worden hier, al is het geen zomertijd, antwoordt Viers hem.