is toegevoegd aan uw favorieten.

De wilde schuit

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De bemanning is onder invloed gekomen van het woord. Ze gaan naar Rosario, dat beteekent: Pisjinka, Pisjinka. Nu is het in de hut van den steward. De koksmaat staat met hem te spreken, wat niet vaak gebeurt. Die twee bemoeien zich zoo weinig mogelijk met elkaar. De steward heeft iets van een uitpuilende opgevulde zak. De kleine koksmaat houdt niet van de schreeuwerige manier waarop de steward alles doet: werken, spreken, eten en zijn behoeften. Versluys is even bij hem blijven hangen. De steward zou hem een paar foto's laten zien van zijn vrouw en zijn kind. En toen kwam het vanzelf op Rosario.

- Weet je waar je naar toe moet gaan als je in Rosario bent, Dolf?

- Nou?

- Naar de Pisjinka. Daar zie je watje nog nergens gezien hebt. Daar moetje gaan kijken. En niet duur!

- Wat is er dan te zien? vraagt Versluys, die het al lang gehoord heeft, doch nooit precies te weten is kunnen komen wat er eigenlijk voor bijzonders aan is.

- De hoeren natuurlijk, stommeling, wist je dat niet?

- Ja, maar wat is daar dan voor buitengewoons aan?

- Zal je wel zien, als je er bent. Heb je nog last van je keel? vraagt de steward, die de gif in heeft op de lui van achteren, dan plotseling werkelijk gemeend.

- Weineen, liegt Dolf, terwijl het bloed hem naar het hoofd stijgt.

Het woord springt verder over de boot van den een naar den ander. Het blijft ergens hangen en komt plotseling weer te voorschijn. Pisjinka! Pisjinka!

De mannen zijn toch uit hun gewone doen. Opeens het