is toegevoegd aan uw favorieten.

De wilde schuit

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geten wordt er altijd. Och, het kan hem heelemaal niet meer schelen. Zoo maar tegen den avond aanwaaien. De duisternis verbergt je wel. En zeker na die beleediging, ja beleediging... de pijn om zijn keel is er nog, ofschoon minder. Hij heeft het mes nog wel altijd, maar ja, het duurt zoo'n tijd eer hij een gunstige gelegenheid vindt, hem alleen treft... Nu moet hem toch niemand te na komen... Hij zou direct steken. Hij vreest niets en niemand. Had hij den lange niet daarnet gezien of verbeeldt hij 't zich? Hij zal er nog eentje nemen. Ja, hij wist 't wel, hij kan nu niet meer ophouden, moet doordrinken, steeds maar doordrinken, totdat hij heelemaal verdoofd is... - Cana, cana.

Pinchincha! Van dat woord is de betoovering af, meent hij.

Want op 't eind van de Calle Pinchincha - Dolf komt schijnbaar niet verder - loopt, schuift Hein, zijn groote pet schuin en zijn schouders omhoog getrokken, alsof hij zich wil weren tegen dreigend gevaar.

Vanaf zijn hooge gestalte beziet hij de wereld. Onder hem draait de straat. Toch, veilig voelt hij zich niet. Waar is die verdomde Karei toch gebleven?! Hij zal hem straks wat vertellen. Een reuze meid was dat, die hij daarnet te pakken had... Het is alsof iemand in zijn rug zit.

De lange straat naar de haven, naar de plaats waar ongeveer de Wijkerhaven moet liggen. Er zijn nog een paar kroegen eer je aan 't water komt.

Hein in den donkeren, vormloozen avond.

De geluiden sterven weg. Hij stapt flink aan. Hij gaat