is toegevoegd aan je favorieten.

De wilde schuit

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

je weer bevracht wordt. Het land is kaal, het glooit even maar, overal rondom struikgewas, cactussen als onkruid langs de oevers van de rivier.

Door den nacht vaar je met je eigen materiaal aan voorwerpen en menschen. De oue slaapt. De eerste zit in zijn hut alleen. Hij denkt even aan zijn besten matroos Hein, die na de laatste drie fluiten bij het vertrek niet is komen opdagen... zeker dronken... Hij zal nog geen nieuwen matroos laten aanmonsteren. Hein weet waar het kantoor van de maatschappij is. Als ze dezelfde haven weer aandoen, komt hij wel aan boord. Anders in Buenos Aires op de terugreis een nieuwen matroos aanmonsteren. Het is alsof alles aan boord slaapt behalve de eerste, die aan het rekenen is: wat de reis kost, ziet het logboek na, berekent de mogelijkheden van de reis, wanneer weer terug in Holland. Ook denkt hij aan zijn duiven. Ze paren niet. 't Zijn twee mannetjes. Hij zal den koksmaat, die een mondvol Spaansch spreekt, naar de eerste de beste vogelmarkt sturen in een havenplaats om een wijfje te koopen. Wel een aardig ventje, denkt de eerste verder, die Dolf. Zoo vriendelijk en vroolijk. Vervelend toch met dien Hein, dat die nou weer er tusschen uit was. Zijn beste matroos, ofschoon een heer dien je in de gaten moest houden. Maar wat kon het hem schelen als ze hun werk deden. Zoolang ze maar buiten schot van de politie bleven. De Wijkerhaven op de rivier.

- Herr Bitte Tasse, zegt de ruige stoker, wanneer hij weer met zijn emmertje warm water over dek wandelt na afloop van zijn wacht, - Herr Bitte Tasse, geven Sie mij eene Tasse thee!