is toegevoegd aan uw favorieten.

De wilde schuit

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan den wal. Dan met het petje in de hand op het kantoor van de maatschappij, of ze alstublieft mee mogen. Daarna op de boot de buik volvreten en dan een groote smoel: klagen over het eten! Hij kent ze, de heeren van de plaat en van de mast! Ze moesten het niet met hem probeeren. Direct er op los. De oue wilde ze nog wat extra's tracteeren. Mooie boel werd het dan. Er zou dan zeker geen huis meer met ze te houden zijn. Ondankbare honden waren het. Hij zou wel zorgen dat hij niet met zijn pet in de hand kwam te staan. Ze zochten hem van 't kantoor op en vroegen hem of hij mee wilde. En als de boot hem niet beviel, dan vertikte hij 't straal. Hij kon booten genoeg krijgen. Zijn wijf en kinderen leden geen gebrek. Neen, daar zou hij wel voor zorgen, maar die wijven had hij ook wel in de gaten. Ze lieten je als man de keleere werken, om dan in dien tusschentijd mooi weer te spelen van den weekbrief dien zij iederen Vrijdag van 't kantoor konden halen. Niet, dat hij het slecht getroffen had met zijn vrouw. Dat niet. Nee, heelemaal niet. Toch was het zoo. Hij vóór zijn tijd oud worden van altijd achter het vuur te staan, datje geen zweet meer op je huid er van kreeg en zij stiekem lachen dat ze het zoo met hun kerel getroffen hadden! Niks hoor, hij nam zijn vacantieperiode. Een paar reizen en dan bleef hij weer een tijdje aan den wal. Gauw naar de Steun loopen. Geen werk. Dan moesten ze hem wel helpen. En dan kwam hij er met wat hij overgespaard had. Dat ging geen mensch wat aan. Neen, het verzuipen of met de hoeren het verdoen en je kinderen op klompen naar school laten gaan, neen, baasje, dat was geen kool voor zijn bekkie.