is toegevoegd aan je favorieten.

De wilde schuit

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tweede, die zijn lachen nauwelijks kan bedwingen, tegenover zich weet - en Arthurtje voelt zich even lang, want hij heeft een klein lichaam, doch de gewoonte alles vergroot te zien, zeker wanneer hij even den wal opgegaan is - verwondert hij zich zelf het meest.

- Arthur, Sie sollen nicht erst den Wall aufziehen, wenn Sie noch zu arbeiten haben. Das ist unverschamt! Vertoornd, toch blij en over zichzelf verbaasd, dat de Duitsche woorden zoo vlot zijn Hollandschen mond ontsnapt zijn, richt de lange stuurman zich nog eens in volle lengte op. Hier is hij immers het hoogste gezag, want de eerste eet samen met den kapitein, die door den steward worden bediend.

- Ach, was, bitte schön. Sauerkraut, Kartoffeln, bitte Tasse! Ich... bin... ja heut' so glücklich, ja glücklich, ja glücklich... zingt-spreekt de oud-Feldwebel.

Thans balanceert Arthurtje op zijn korte beenen met bovenlijf en witte kom, die hij als een vrouw in zijn armen houdt. De officieren zien angstig toe hoe hun prakkie elke seconde tegen den grond kan slaan. Toch kunnen zij hun lachen niet inhouden. Zij hopen vooral dat Arthurtje weer zal beginnen te vloeken. Donnerwetter noch einmal! Dan is het alsof Wodan in miniatuur den hemel uitgestapt komt.

- Ich bin ja heut' so glücklich...

- Dat kan nou wel zoo zijn, vervolgt de tweede thans op nog ernstigeren toon in zijn eigen taal, die hem toch nog beter af gaat - maar met jou Glück kunnen wij onzen honger niet stillen. Bedien je ons nou ja of nee. Ruk anders maar in.