is toegevoegd aan uw favorieten.

De wilde schuit

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wacht wel op hem. Hij ligt daar zoo rustig in het water, vlak naast een groot Spaansch passagiersschip. Veel landverhuizers aan boord. Het schip lag net gemeerd, toen de matrozen van de Wijkerhaven de trossen uitgooiden. Nu loopt hij maar weer van de haven af. Zelfs het warme gevoel voor zijn schip, dat hem altijd opneemt als een moeder, is weg. Het kan hem allemaal zoo weinig meer schelen. Daar gaat hij weer de verlaten straten door. Op den tast af naar een straat waar hij een rood lichtje in het portaal weet branden. De vorige maal hadden matrozen het hem gewezen. Ze waren toen naar binnen gegaan en hadden een mooie vrouw gezien. Nu heeft hij eigenlijk geen zin in een vrouw. Waar moet hij naar toe? De Wijkerhaven ligt zich te vervelen en wacht. Er is daar geen enkele afleiding. Hij weet zelf niet wat hem drijft. Het kan hem allemaal niet schelen. Hein is ver van hem. Dat is vergeten, denkt hij. Weg! Hij wil er niet aan denken, hij is er te onverschillig voor. Waar moet hij heen? Dan maar naar dat portaal met het roode lampje. Hij weet immers niets anders. In 't portaal drukt hij op een electrisch belletje. Het is nog geen twaalf uur. Hij weet: om twaalf uur sluit de business. De Roemeensche van den vorigen keer maakt hem open. Het vogeltje is nog te bezichtigen, denkt Dolf, als hij het kermisachtige exploitantengezicht van de Roemeensche gewaar wordt.

- Dos pesos.

- Bueno, zegt Dolf.

In de kamer schrikt hij. Is dat die mooie vrouw, die hij de vorige maal gezien heeft? Hij moet bepaald heel erg dronken geweest zijn, dat hij zich zoo vergist heeft.