is toegevoegd aan je favorieten.

Van aangezicht tot aangezicht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lied langs de kampanje, een lied dat hij kende, maar niet kon meezingen.

En dan was hij in een tuin in het Zuiden, vol bloeiende rozen en geurende hagen. Er stroomde geluk door de lucht, een geluk dat hem voorbijging, maar zijn voorhoofd licht aanraakte als een vallend bloemblad.

Wat was vandaag in hem gevaren? Hij stond opeens stil op een druk kruispunt midden in de stad; het station was hij voorbijgeloopen. Den trein, dien hij had willen nemen, kon hij niet meer halen en voor den volgenden had hij nog een uur den tijd. Hij liep door; auto's gleden langs hem heen, menschenstemmen klonken naast hem. De straat baadde in licht van hooge booglampen en winkeletalages, alsof het een feestdag was.

Nu weken de droombeelden; hij wist met zijn volle bewustzijn, dat hij in de stad liep en hij bekeek de reusachtige kleurprent boven een bioscoopgebouw: een man in uniform kuste een meisje met blonde krullen, die tot op haar gedecolleteerde avondjapon hingen. De gekleurde gezichten stelden levenskracht en liefde voor. De man en het meisje hadden roode wangen en blinkende tanden. Zij lachten tegen elkaar. Nico haalde zijn schouders op, en hij liet zijn voeten verder gaan op het vaste rhythme, dat zij eenmaal hadden aangenomen.

Nu werd de straat donkerder; de huizen stonden verder van elkaar en er was een middenpad met boomen. Onder zijn schoenen kraakte grint; rechts en links waren tuintjes voor de huizen. Geluidloos