is toegevoegd aan uw favorieten.

Van aangezicht tot aangezicht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat ik een man was, die duidelijk en bewust leefde. Maar alles is langs me heen gegaan. Ik heb nooit met mijn tanden op elkaar voor iets gevochten, ik ben nooit echt blij om iets geweest. Kleurloos en zonder inhoud gingen de dagen voorbij. Maar vanavond, toen ik bij mijn vriend Goert was, ontmoette ik daar zijn dochtertje van vier jaar. Opeens heb ik toen bedacht, dat ik ook kinderen zou kunnen hebben, dat ik ook echt van iemand zou kunnen houden, dat ik toch van hetzelfde maaksel was als de menschen om mij heen. Het is of ik vanavond pas ben geboren! Ik kan vechten en ademen, ik kan lachen.... ik ben een man met een eigen wil.... dat heb ik nooit geweten."

Lucie had zijn hand losgelaten. Opzij van den weg stond een bank, waarop zij zich liet neervallen. De wandeling en het late uur hadden haar opeens vermoeid. Een groote witte wolk was voor de maan geschoven en onder de boomen lag nu zware schaduw. Nico ging naast haar zitten.

„Begrijp je iets van hetgeen ik zeg?" vroeg hij schuw, zonder haar aan te zien.

„Hoe heet het dochtertje van je vriend?" Lucie boog zich over haar schoen om een riempje vast te maken.

Hij glimlachte.

„Anneke heet ze; Goert is pas uit Indië over. Hij gaat weer terug als zijn verlof om is en dan wil hij Anneke hier laten. Hij vroeg of hij het kind bij Marianne en mij mocht brengen."

„O!" zei Lucie, en het was of haar adem stokte.