is toegevoegd aan uw favorieten.

Van aangezicht tot aangezicht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ben ik immers de beste vrienden met je."

„Dat is allemaal sinds die avond, dat je met die

vreemde man op de bank hebt gezeten. Je doet zoo

geheimzinnig." Als eenig antwoord haalde Lucie de

schouders op. Dan legde zij het tafelkleed over de

eettafel en belde Maart je, om het omwaschteiltje

weg te halen. Haar hart klopte snel; nu moest zij

naar Oom. Berry trad haar in den weg, toen zij de

deur wilde uitgaan.

„Lucie, ik moet je iets zeggen."

Zij keek naar zijn verlegen gezicht, hij kreeg roode

plekken op zijn voorhoofd.

„Ik ben nog niet afgestudeerd, maar daarom ben ik toch geen schooljongen meer. Je weet heel goed, dat er geen enkel meisje is, dat ik zoo aardig vind als jou. Kun je niet.... begrijp je niet, dat ik.... zie je, ik...."

Hij was nu vuurrood geworden. Lucie bekeek aandachtig de gesp van haar ceintuur. Telkens begon Berry opnieuw, het werd lastig.

„Dat heb ik je al zoo dikwijls gezegd, Berry," antwoordde ze ongeduldig, „maar ik heb nu eenmaal heel andere dingen in mijn hoofd. Ik wil reizen, ik wil later mijn eigen brood verdienen."

„Maar geef je heelemaal niet om me?" Hij stond met den deurknop te spelen en durfde haar niet aankijken.

„Natuurlijk wel, praat toch niet zoon onzin. Maar ik wil niet.... ik wil niet trouwen. En laat me nu asjeblieft door, ik moet naar Oom."

„Maar later — als je wat ouder bent, misschien