is toegevoegd aan uw favorieten.

Van aangezicht tot aangezicht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

scheen plotseling1 koud en ontoegankelijk de maan. Het zeil was ijzig aan haar voeten, de hemel werd een oogenblik door de maan verlicht, doch toen trok een zware wolkbank in snelle vaart voor het licht en verduisterde alles. Lucie stapte haastig in bed en trok de dekens hoog over haar schouders, om niets meer van deze onbekende kamer tot zich te laten doordringen.

Langzaam voelde zij haar voeten warm worden; zij hoorde haar eigen hart kloppen. Nu pas werd zij gewaar, hoe vermoeiend de dag geweest was. Haar oogen gleden dicht en zij zonk weg in een toestand van halfslaap, waarin zij nog vaag de boomen in den vreemden tuin hoorde ruischen en beneden in het huis een deur sluiten. Voor haar oogen kwam een eigenaardig zilveren schijnsel. Tegelijk zag zij de zwanen in den vijver drijven. Muziek gleed over het water, toen zij zich op de bank naast Nico zette en hem toelachte. Hij nam haar bij de hand, zij stapten voort, de aarde zonk weg onder hun voeten en zij zweefden door de lucht. Een der zwanen droeg hen verder; de groote witte vlerken klepten langzaam op en neer, terwijl zij hooger en hooger stegen.

Nu waren zij boven de zee. Diep beneden zagen zij de branding; het schuim glinsterde in het maanlicht, maar het was vreemd, dat zij het ruischen van de golven niet hoorden. De maan stond in de groote koepel van het luchtruim, waarin zij geluidloos voortzweefde. In de verte was een groep boomen met een kerktoren, dat was Engeland en de zwaan