is toegevoegd aan je favorieten.

Van aangezicht tot aangezicht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en schuil ging onder een uitspringende golf haar. Er was iets in haar figuurtje, dat hem ontroerde en tegelijk teleurstelde; haar gezicht met de behuilde oogen had iets zoo kinderlijks, dat hij haar wilde troosten en toch verzette hij zich tegen deze verteedering. In zijn herinnering was Lucie krachtiger en ouder. Zooals zij daar stond in het weiland met de wiegelende dunne bloemen, leek zij zoo broos, zoo hulpeloos. Dien wonderbaarlijken avond in October had zij hèm geleid, met een vastheid, die hem verrukte. Het leven had haar sindsdien voor moeilijkheden gesteld, die geheel nieuw waren; het moest in dat huis van die notarisfamilie voor haar wel heel eenzaam zijn. Maar hij werd zich door haar hulpeloosheid bewust van de verantwoording, die hij tegenover haar op zich nam, en hij kon geen verantwoording dragen. Daarvoor was de basis van zijn eigen leven te onzeker.

„Nu sta je alweer te tobben!" Lucie schudde haar hoofd. „Nico, Nico, ik zal eens een paar mooie vleugels voor je borduren. Die kun je dan aandoen, als

je zoo zit te piekeren!"

„Hoe moet ik die bewaren, die vleugels?" Hij raapte zijn jas op.

,In dun vloeipapier. Ik zal er een paar drukknoopjes aanmaken, dan zitten ze goed vast, want ze hebben een heel gewicht te dragen!" plaagde zij. Langzaam liepen ze over de weide, waar de wind langs de duizenden Pinksterbloemen streek. Zwijgend gingen ze voort op den witten weg tusschen de boomen. Nico herinnerde zich, hoe hij eerder naast