is toegevoegd aan uw favorieten.

Van aangezicht tot aangezicht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

haar had geloopen, met den wensch, altijd zoo naast haar voort te gaan. Hij keek haar aan; haar oogen glansden hem tegen, heel haar gezicht was overbloosd van licht. Hij nam haar arm en terstond richtten zich haar stappen naar de zijne; haar voeten maakten af en toe een trippelstapje tusschen den stevig-regelmatigen wandelpas door.

Het was anders dan in October; maar ook zóó behield zij dat sprookjesachtige, waarmee zij zijn leven als met een tooverstaf had veranderd.

Lucie wees naar den kant van den weg; in een tuin stonden tafels en stoelen onder gekleurde parasols in het gras.

„Hier zijn we bij Schoonzicht en nu krijg je eindelijk je kopje thee."

Zij gingen in een prieeltje zitten; het rieten kamertje had uitzicht op een kleinen vijver, omzoomd door primula s en madelieven. Vogels vlogen af en aan, sloegen met hun vleugels in het zand en streken bij het water neer. De blauwe lucht stond hoog en stralend boven de boomen. Nico zag, hoe Lucie haar koekje verkruimelde en voor de vogels strooide.

„Bij het huis van mevrouw van Marle is ook een vijvertje. Maar niemand kijkt er ooit naar. Mevrouw is nog nooit buiten gaan liggen, ofschoon het heel goed zou kunnen. Ik wist niet, dat er op de wereld zulke saaie menschen bestonden."

„Waarom ben je juist hierheen gegaan?"

Zij haalde haar schouders op:

„Hier of ergens anders. Ik moest zoo gauw moge-