is toegevoegd aan je favorieten.

Van aangezicht tot aangezicht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zonder tot hem te spreken, vouwde Lucie vleugels om hem heen en steeg samen met hem op, een blauwe lucht in naar lichte nevelen aan den einder. Laat op den middag gingen zij samen een wandeling maken. Grootmoeder stuurde ze het huisje uit, want zij had met Rika allerlei voorbereidselen te bespreken voor het eten.

Zij liepen over het landelijk wegje aan den zoom van de stad. Nico hadLucie's arm gegrepen en hield dien stevig tegen zich aan. Minuten lang zeiden zij geen van beiden een woord. Af en toe glimlachten zij tegen elkaar en liepen dan weer voort. Een paar fietsers gleden langs hen, 'n vogel scheerde over hun hoofd. Bij een smal berkenstammetje bleef Nico staan; het prille loof trilde tegen den zonnigen hemel. „Kijk eens naar die berk; daar lijk jij op," zei hij, zijn hand op de schors leggend. Hij hield zijn hand tegen het tengere, sterke stammetje alsof hij een eed aflegde. Zijn stem trilde, toen hij als terloops vroeg: „Wanneer trouwen we?"

Lucie bleef even heel stil naast hem staan. Zij liet deze woorden diep in zich weerklinken. Trouwen.... hun eigen huis, van Nico en haar....

....„O" zei ze, en ze slikte een paar maal, „o.... denk je, dat het kan?"

„Ja, het kan, als we heel zuinig zijn."

Opeens sloeg zij haar armen om zijn hals. „Nico," jubelde ze. Zij gooide haar hoofd achterover en keek naar den stralenden hemel. Haar hart zette uit, alsof het barsten zou van blijdschap. Nu kon zij Oom schrijven....