is toegevoegd aan je favorieten.

Van aangezicht tot aangezicht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hem te hebben, zij hoorde zichzelf antwoorden, dat zij streng met hem zou zijn.

Was zij streng geweest? Had zij hem moeten vasthouden toen hij wegwilde? Hoe kon een vrouw streng zijn voor een man, die zichzelf ontvluchtte.... Zij kon niet hard zijn, zij had geen verwijt voor hem, alleen een zoo diep en brandend medelijden, dat het haar zelf pijn deed.

Zou het helpen, als zij bij zichzelf ergens schuld kon ontdekken? Eigenlijk ging alles in het leven zijn onverbiddelijken gang, zonder dat er iets aan te veranderen viel. Het was of zij in een trein zat. Of het landschap verrukkelijk mooi was of ondragelijk triest en somber, de trein ging zijn vasten weg en voerde haar mee. Of het lente was of winter, of zij moedeloos was of sterk en dapper, de trein ging voort. Zij herinnerde zich plotseling een zinnetje uit een brief van Nico: „Het meest verontrust mij de schijnbare vrijheid, die den geest gegeven is." Schijnbare vrijheid....

Lucie's gezicht spande zich; haar wil balde zich samen als een vuist. Zij wilde niet toegeven aan de naderende wanhoop. Zij wilde sterk blijven en, ondanks alles, de verwachting als een bloeiende plant blijven verzorgen.

Zij liet zich voorzichtig uit bed glijden en sloeg een mantel om. Klappertandend ging zij naar het raam, zette zich op den stoel, waar zij als kind altijd naar buiten had zitten kijken. In den achtertuin, dien zij zoo, langs den huismuur kon zien, woeien de dunne takken van den treurwilg op den wind als bleek-