is toegevoegd aan je favorieten.

Van aangezicht tot aangezicht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Verbeeldde zij het zich, of had Oom zich bewogen? Gespannen tuurde zij naar de oogen en zag ze plotseling opengaan. Bijna gaf zij een kreet, zoo kalm en doortrokken van geheim was de blik uit die weggezonken oogen; het was een antwoord uit de verte, waar hij nu heentrok, en waar zij hem een kort oogenblik met woorden had bereikt.

„Oom,.... hoe — hoe gaat het?" fluisterde zij, haar oogen gericht op die oogen, die haar aanzagen. „Goed, kind." Zoo had hij haar maar zelden genoemd, en dan op dien toon.... Zijn stem kwam uit dezelfde verte, waar zij hem had achterhaald. „Ik ben blij...." stamelde ze. „Probeert u wat te drinken."

Hij bleef haar aanzien, terwijl zij het glas aan zijn mond hield. Hij dronk en opnieuw was zij ontroerd door dit gehoorzaam drinken. Zij wist, dat het hem bijna niet meer aanging, dat dit de laatste punten van contact waren tusschen haar en zijn verdampende aanwezigheid.

Zij hielp hem, het hoofd anders neer te leggen. Voorzichtig kuste zij zijn voorhoofd, terwijl zijn oogen zich weer langzaam sloten.

Eindeloos langzaam ging de dag voorbij. Berry kwam haar halen om 's middags een kleine wandeling in het park te maken. Tegen den avond onderzocht de dokter den zieke en toonde zich niet ontevreden. De rust kon hem slechts goeddoen. De volgende dag verstreek op dezelfde wijze. Telkens liet Lucie den zieke even drinken, een geklopt ei, wat melk, wat vruchtensap. Dien avond was zij