is toegevoegd aan je favorieten.

Van aangezicht tot aangezicht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn kamer een gramofoon en platen had. Zij bracht het instrument naar de ziekenkamer en zocht bij de platen naar het quartet in C mineur van Beethoven. Er was niets van Bach bij; misschien kon zij een paar platen bestellen, als Oom deze verdroeg. Bevend stelde zij de naald in, liet de plaat draaien en sloot het instrument, dat zij nog met een deken bedekte. Gedempt begon de muziek te klinken, met een geheimzinnige stilte omgeven. De violen ruischten als een zachte regen, in het adagio leek de muziek te verstuiven als regen op den zomerwind. De koele zilveren tonen bewogen zich in een groenen tuin van rust, waarover een ijle nevel trok.

Lucie keek aandachtig naar het roerlooze gezicht op het kussen. Zij wist niet, of Oom deze muziek hoorde, of het was, waarnaar hij had verlangd, maar zij kon zich niet vergissen in de beweging van de rechterhand, die zich uitstrekte en zich neerlegde op het laken met de ontspanning van iemand, die een diepen zucht slaakt.

De plaat was afgeloopen. Zij bukte zich over het bed en vroeg: „Was dit goed, Oom? Kon u het hooren?" Hij bewoog even de lippen. „Ja," klonk het heel vaag. Hij verlegde bijna onmerkbaar het hoofd en zei op dezelfde toonlooze wijze: „Slapen...." En weer begon het geluidlooze voortgaan van den tijd. Uren lang duurde de stilte, waarin Berry of Maartje de kamer binnen kwamen en weer weg gingen, de tantes zich af en toe even aan de deur vertoonden en de dokter woordenloos aan het bed trad, om den pols te voelen.