is toegevoegd aan je favorieten.

Van aangezicht tot aangezicht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aandachtig in Marianne's gezicht keek.

„Zullen we afspreken dat je volgende week komt? Ik haal je van den trein...."

Lucie zag opeens het beeld voor zich waarvan Nico op dien eersten avond in October had verteld: een klein station buiten, waar een blauwe two-seater verlaten in den nacht bij een goederenloods stond. Aan datzelfde station zou zij uitstappen en de blauwe two-seater zou voor den uitgang wachten.... Marianne ging naar de deur. „Ik moet nu terug, om Anneke te halen. Zij vindt het niet prettig, alleen bij tante Lize te zijn. Ik heb beloofd, niet lang weg te blijven. Het kind is er niet aan gewend dat ik uit ben; vandaag voor het eerst heb ik haar alleen gelaten".

Toen Lucie de voordeur opende om Marianne uit te laten, zag zij den blauwen wagen voor de deur staan. Het verwarde haar zoo, dat zij Marianne slechts vluchtig goedendag zei. In de open deur onder de glazen portiek bleef zij wachten tot Marianne, die haar nog toewuifde, was weggereden. Nico's wagen.... Het was of die blauwe two-seater, meer nog dan Marianne zelf, haar herinnerde aan de eerste helft van Nico's leven. Nu reed Marianne in dien wagen. Zij sprak over Anneke met meer toewijding dan over Nico. Zou waarlijk Nico geen rol meer in haar leven spelen?

Lucie ging terug naar de voorkamer. Daar lag Nico's brief nog op tafel; zij greep het papier en ging ermee naar haar kamer. Voor het open raam bleef zij zitten met gesloten oogen. Een brief van Nico,