is toegevoegd aan uw favorieten.

Van aangezicht tot aangezicht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De wind was opgestoken en ruischte in breede vla- I h gen om het huis. Lucie ging vroeg naar bed, maar h

midden in den nacht werd zij wakker, doordat een ?

der luiken voor haar raam was losgeslagen. Zij zag » aan den zwarten hemel de wolken voorbijgaan in

stormachtige vaart en terwijl zij daar voor het open 11

raam stond, voelde zij plotseling, zoo duidelijk als- «

of hij naast haar was, Nico's tegenwoordigheid. n

Zij wist, dat hij op dit oogenblik aan haar dacht en n

zij vreesde niet meer den afstand, noch den tijd die n

hen scheidde. c

Veertien dagen later bracht Marianne haar terug c

naar het kleine benedenhuis, dat zij verlaten had. e

De werkvrouw had schoongemaakt en toen Lucie i

de deur opende, was het, of zij werd verwacht. Daar i stond op tafel een vaas met rozen en in beverige

letters was op een kaartje erbij geschreven: „Wel- i

kom thuis, lief kind en dat God je behoede. Je I

Grootouders." a

Lucie tuurde op de letters; zij keek op in Marianne's j

gezicht. ; I „Hoe wisten zij, dat ik weer thuis zou komen?"

„Ik had het geschreven," zei Marianne, terwijl zij (

Anneke's manteltje aan den kapstok hing en in het <

keukentje theewater opzette. Lucie ging rond door t

haar kleine huis. Op de theetafel vond zij een groote : i

taart en op den schoorsteen een bloeiende azalea. ]

„Marianne," riep zij, „hoe komt dit allemaal hier?" f Anneke sprong juichend de kamer binnen. „De

taart is van mij, tante Lucie, de taart is van mij." 1

Marianne stond lachend naar Lucie te kijken. „Wij j ,