is toegevoegd aan uw favorieten.

Een menschenhart

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meisjes", meester Eldik steekt zijn borst met een duw vooruit. En met een duw achteruit maakt hij zijn schouders vierkant. Dan worden de kromme ruggen

weer recht. .

Na school dan doet Gabe maar of hij met de jongens oploopt. Ergens blijft hij toch weer steken. Hij trekt zijn schoenveters los en strikt ze opnieuw, hij trekt zijn kousen op, zijn kousen die zoo glad als een huid om zijn beenen zitten en hij lacht tusschen zijn knieen door naar Aaike die achter hem aankomt. „Doen we nog wat?" Aaike kijkt om, altijd kijkt Aaike eerst even om, als hij dat vraagt, dan ademt ze diep en dan zegt ze „ja". Wat is dat dan? Waar kijkt ze dan naar.'' Gabe idikt ook om. Hij ziet niet, wat Aaike ziet.

Dicht naast elkaar gaan ze achter de turnen \an Idsardi en Brukke langs. De publieke weg is daar maar een smal paadje, met een dikke laag slakken er op, potscherv en en stukken baksteen. Als boeren baggeren ze over al die knapperende rinkelende dingen heen. En dan hooren ze ineens boven het gekraak uit dat ze zelf maken, de knetterende stappen van een man die ze inhaalt. Gelijk kijken ze om. Het is geen man, het is een jongen — het is Obbe Ekbard. En hij loopt wat hij loopen kan, hij draaft haast. Het zweet breekt Gabe van alle kanten uit. Hij balt zijn handen. „Als hij me wat doet", denkt hij, „nou Aaike er bij is, dat bijt ik hem, dan bijt ik me an hem vast." Hij krijgt een gevoel of hij vet wordt, vet en veel te rond, plomp-rond en raar-vol-gegeten en of al zijn bloed in zijn kop zit. Hij balt zijn handen nog meer! „Daar is het huf er, Aaike." „Hoor V\ zegt Aaike gauw, „jij moet de