is toegevoegd aan je favorieten.

Een menschenhart

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

anders kan hij de bel niet hooren. De baas is wel op het kantoor. Maar soms hoort de baas niet, wat hij niet hooren wil. In die gewezen malerij staat hier en daar ook nog wel wat: een bascule met ijzeren gewichten en een antieke linnenpers die de baas tegen elk aannemelijk bod ve rkoopen wil, en op de muurplanken liggen nog wat pakken kindermeel, sago, zelfrijzend bakmeel en gist. Er staat een bende ruimte omheen. De baas noemt het hier toch „het magazijn". Het is er grijs en leeg en stil. Het is ook nog te zien hier, waar vroeger — toen de malerij nog de malerij was — het paard geloopen heeft, daar is nog een uitgesleten kring van overgebleven. En het is ook te zien, waar later de motor gestaan heeft, daar zijn nog gaten en roestige plekken van in de vloer en in de muur. Maar nou is alles weg. En het is stil en alles wacht hier benauwd. En het ruikt er nog wat zurig en scherp. En dat is nog van vroeger. Gabe zucht zwaar. Hij kijkt achter zich. Hij is maar alleen in die kelderkilte van de gebouwen en in die zware zure stofreuk, en in al het schoone. En de baas-zelf is een meneer met een halfhempie en een zijen „stroppie" en hij zit op zijn kantoor, achter de winkel, en leest de beurs- en de markt-berichten in de krant.

Gabe is ook al weer in de winkel, en sjort wat aan een zak met witte boonen, die staat niet recht genoeg. De baas komt de trap af, uit het kantoor. En Gabe sjort nog wat meer. Hier wordt gewerkt. Hij drukt zijn lippen naar binnen, net zooals Johannes dat doet. En de baas grijnst. De baas kan niet gewoon lachen, hij moet grijnzen, maar hij bedoelt er niet wat lams mee. De baas zijn groote witte gezicht met het kleine neusie en de