is toegevoegd aan je favorieten.

Een menschenhart

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in me, dat zèg jij: „Zoo'n koud huis, en zoo leeg, alles zoo weg-gezet en netjes opgeruimd, zeg je, enkel juffrouw Gees, op haar kamoesten muiltjes! En dan die Flippie Prinselie! Ja, hij laat Plonia in de steek, al woont hij er nog, hij is toch bij haar vandaan. Maar Flonia die liet hem veel eerder in de steek. En ik denk er dan met jouw gedachten over. Flippie, die zoekt als-maar een hart dat voor hem openstaat — hij zei het zelf een keer, hij zei: wie vindt dat hart . . .? Ja, een hart van hem alleen, een menschenhart, en hij heeft het nog niet. En hij krijgt het denkelijk nooit. Plonia die wist het wel met Alesse, en Mijntje houdt het ook met de baas. Arme Flippie, hij lachte een keer toen hij Mijntje zag, als — als een jongen, als ik . . . bij jou . . . En Heertje Manasse? Altijd praat hij maar over kerels en wijven en viezigheidjes. Maar die Heertje zat bij zijn-eigen op de stoep als Alesse bij zijn Moeder was daar was ik zelf bij . . . En hij zei: „Ik wou dat ik ook maar een gewone Vader en Moeder had." En hij had zoo'n zielig smoelwerkie, zoo beverig, hij moest temet grienen. En Bella dan?, Bella, die kon net doen en laten wat ze wou. Haar Moeder is al lang dood en haar Vader die is wegwerker, die is er haast altijd op uit. Wie lette er nou ooit op Bella? En een - een moet ie toch,hebben zeg[Aaike, die je — die je stijf beet grijpt, zeg Aaike hoeft eigenlijk niet wat terug te zeggen. Al wat hij zegt, dat is Aaike zoo eigen. „De menschen die doen nnmers overal — overal drék aan, Gabe, aan — aan liefde ook, tenminste aan liefde, vrouwen ook, ia ook vrouwen soms. Maar daarom zijn het toch wel arme tobbers, die drek-menschen?, nou, bar-arme . . .