is toegevoegd aan uw favorieten.

Een menschenhart

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zingt ze ook! Met een lieve — lieve stem zingt ze het liedje van: het hoveken . . .

Obbe Ekbard is een oogenblik stil, en praat dan weer door. Hij heeft het over het bouwvak. „Ben tenminste blij dat ik dat gekozen heb, zit toekomst in, huizen moeten er altijd wezen." „Wat?", vraagt Gabe. En Obbe zegt het nog een keer. Maar Gabe hoort het niet. Hij hoort alleen dat liedje van: het hoveken. „Dat is nog een ding van school", Obbe merkt ook wel dat Gabe er zoo naar luistert. Maar antwoord krijgt hij niet. Hij glimlacht haast op die oue Obbe-manier. Maar lang kan hij toch niet stil blijven. „Het is nog een heele discussie geweest, hè?, in de gemeenteraad, of die dochter mocht inwonen?, lees jij dat gezwam ook altijd? Een goedkoope kracht hebben ze er toch wel aan. Ze heeft haar diploma. En dan bij al die oue kippies . . . ?" Ja, met Gabe valt er niet veel te praten, nou. „Wat?", vraagt Gabe weer. En Obbe zegt het nog een keer. Maar Gabe vangt er toch geen woord van op. Die vreemde Annet Toedoer zingt met Aaike's eigen stem, Aaike's liefste liedje: „De schoone vergulde gouden bloem gehoorzaamheid..." „Gaan je mee verder-op?", vraagt Obbe. En hij moet het nog een keer vragen. Hij moet Gabe een duwtje geven. Heesch mompelt Gabe: „Wacht nog even." Na een tijdje zingt Annet ook van 't Ros Beyaard. „Kom je nou?", vraagt Obbe weer. En Gabe loopt wat onwillig mee . . .

Maar die zelfde avond komt hij ook weer terug. Als een verontruste ziel doolt hij om dat Luitgarde-hof heen. Ergens achter een verlicht open raam ziet hij Annet. Ze borstelt haar lange blonde haar, dat haar