is toegevoegd aan je favorieten.

Een menschenhart

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

,.God, God, wat is er toch met die Sander?, wat heeft me Moeder an die Sander verteld . . .?

Van de straat ziet hij niet zooveel. Hij ziet van die heele winter-straat en van de heele winterschemer en van de groote stille winterlucht en van al de sterren en van al de steenen en van al die verwinterde mengelen — alleen het verlichte rooie hoekhuis van de Joukesen en door de onbedekte verlichte ramen, Jentje met haar kind. Jentje heeft haar kind al een poos, een mooi stevig voorlijk kind is het. Ze voedt het en ze voedt het zoo openlijk mogelijk. Ze zou de heele wereld wel willen laten zien, dat zij haar kind voedt van haar overvloed. Ze zou de heele wereld wel haar prachtige naakte zoon willen vertoonen. Zijn rond kopje met de heldere oogen, zijn rond lichaampje met de diepe satijnglans, de ronde beentjes die als mollige liefkoozingen op haar dij liggen, de dikke armpjes met de polsplooitjes, het buikje met de navelkuil, zijn gemoesde huid, zijn aardige teentjes ... Zij zit daar maar ongegeneerd en argeloos en fier in de gulden lichtschijn van een staanlamp, en geeft de bloote jongen beurtelings haar mooie blanke volle borsten: eerst altijd de linkerborst, dan de rechter ... Zij legt hem om en hij grijpt toe als een man, hij is zoo onverzadigbaar als een man in zijn eerste liefdesnacht. En het gulden lamplicht staat haast heilig om die twee heen, het licht zet een rand van goud om haar groote moederborsten heen en om haar genegen blonde hoofd en haar stille handen en ook om het pluizige bolle kopje van het kind. „Het is het mooiste van alles in het leven", denkt Gabe, „de man die dat niet ziet bij zijn eigen vrouw en zijn eigen