is toegevoegd aan uw favorieten.

Een menschenhart

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lip springt een heel stuk naar voren toe. „Waar wacht jij nou nog op, endje zeemleerenlap?, waar zitten je gedachten en je zintuigen? Je ziet toch wel wat er te zien is? Ben jij nou een jong-kerel?, in een flesschie levertraan zit nog meer koerasie. Je hebt je hand maar uit te steken en je hèbt haar ... Je hebt een fijne degelijke vrouw, een tip-top èchtgenóote, een pienter wijf, sterk als een sleeperspaard, een hartelijke, een goeie, een die nooit bij avond en ontij „nee" tegen je zal zeggen, een die altijd van zessen klaar staat. Het er ooit — de dooien niet te na gesproken — van de dooien niks dan goeds — maar het er ooit in „De moutkuip" een vrouw gewoond, die zoo'n boven-natuurlijk-lekkere uiensoep kookte als zij?, en die zukke allereefigste fijne spekpannekoek bakte? Wie braadt er een biefstukkie dat het als room over je tong draait? Annet Toedoer! Wie speelt het klaar om busgroente zoo op te sudderen dat de smaak van de jonkheid, van de prille zomer er weer an zit?, wie bereidt er een konijn zoo immens dat hij van de koning-ze-tafel lijkt te komme? Annet Toedoer, slaapkoppie, Annet Toedoer! En moet ik jóu nou nog een duw in je lendenen geven?, moet ik jóu nou nog zeggen, waar Abram de mosterd haalt?" „Nee", zegt Gabe, „maar . . ." Johannes sist dat weg. „Sst ... ze wil ommers anpappen met jou? Nou stuk uilwerk, pap dan an? Het is een lotje uit de loterij — Annet. Gaan subiet naar de keuken, en vrij een deuntje. Moet ik jóu nou met je neus op dat breeë aanhalige malsche stuk vrouwmensch zetten?" „Nee", zegt Gabe, „maar . . ." Johannes sist dat weg. „Sst!, praat als ik klaar ben!" Johannes leeft heelemaal op. Johan-