is toegevoegd aan uw favorieten.

Twaalf vertellingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Nou, nou,'' sust Peter, die haar met sluier en al willens of niet in z'n armen moet nemen : „Wat wil je niet ?"

„Ik hoef geen stiefmoeder," snikt Ietje, radeloos omdat ze wel weet, dat nu zeker alles bedorven is.

„Nou nog mooier," schampert Bella, „laat ze het heele dorp bijeen schreeuwen !"

„Allo Ietje," wil Peter nog probeeren. Maar hij scheldt zichzelf al uit voor al wat dom en lomp is. Zoo een als hij, omgaan met zoo'n nieuwerwetsche bijdehante ? Al bij z'n eerste eigenmachtige daad als een idioot niet weten, hoe er zich uit te redden ? Hij, die meende nu eerst een man te zullen worden... O God, ja, dan is hij nog eerder een man geweest, toen hij die lieve goede Grete tien jaren lang geduldig oppaste... En deze hier, deze, mooi is ze, alles wat mooi en jong en gezond is, maar al te, al te...

„Kom nu." Al zou hij niet weten wat, Ietje dringt hem wel op de deur aan. Dadelijk stil als ze op den drempel komen. Zij denkt evengoed aan de menschen buiten als de twee anderen. Ze slikt haar snikken in, maar beeft nog zoo, dat Peter haar handje heel vast in zijn knuist drukt. „Stil nu maar — het hoeft niet — als je maar stil bent."