is toegevoegd aan je favorieten.

Twaalf vertellingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heen, dat hij nog veel meer te zeggen had. Z'n handen beefden, z'n oogleden, z'n lippen beefden. En zij, ze schrok zelf, dat het haar even door de gedachten lichtte : „Hij heeft iets in zich, dat ik in die anderen vergeefs zocht", en toen even die vage berekening : „Als ik morgen eens voor mijn derde part het derde van de landerijen kocht met den hof, en hier met hem het labeur bleef drijven ?"

Maar neen, neen, zij Barbara Konings met Ties Thijsen ! Ze wist er zich dezen keer niet anders uit te redden, dan met een kort koud lachje, een schouderschok. „Je begrijpt toch wel, Ties, dat het onmogelijk is en blijft." En hij moest toen maar zelf inzien, dat er een afstand grooter dan het heele dorp tusschen haar lag en hem. Al had hij zich in die tien jaar om harentwil dan ook opgewerkt tot een welgesteld hovenier met een eigen kweekerij bij z'n eigen woning. Zij, Konings' dochter, trok hier naar den kerkhoek in het stille witte huis met den ouden tuin er omheen, waar ze met Truuke Tummers voor het ruwe werk, nu al meer dan dertig jaren van haar rente leefde en den tijd sleet met poetsen, boenen, schuren aldoor weer van voorafaan het huis door van zolder tot kelder. Groot in aanzien, de deftigste juffer van het dorp, en ook wel volkomen gerust en tevreden.