is toegevoegd aan je favorieten.

Twaalf vertellingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deftig en bezadigd hem toegesproken : „Ties, luister nu eens, na dertig jaar — ik heb wel gehoord dat je de Vastenavonddagen weer smoordronken in de goot hebt gelegen. En nu toch weer die kerkesleutels. Je verstaat immers wel, dat ik veel liever zou zien..."

Och, de woorden zouden zoo wel vanzelf gekomen zijn. Zeker, tegenover ieder ander vanzelf, maar juist tegenover Ties Thijsen niet. En daarom, bang dat ze 't anders zou zeggen dan ze wilde, te hard of te scherp, of misschien ook te schreierig... Zoowaar, als ze niet oppast, zou ze op haar zestigste jaar nog aan het tobben raken over de liefde van haar jeugd...

Bij het hoekkastje staat ze nog. Ze kijkt door het gordijntje heen, of ze de roode en gele kroontjes van de nieuwe primula's ook onderscheiden kan op het randperk van den zijtuin. „Een trouw als de zijne — en ik met m'n hart levenslang leeg..."

Weer schuift er een schaduw langs het venster. Truuke, de dienstmeid, in één vaart, en dadelijk de kamer binnen. „Juffer, dat u daar hierachter niets van merkt! Een oploop voor het huis. Ik kom van den winkel terug, en schrok me een ongeluk. Ik meende, dat er iets met u was. Al die menschen. Maar 't is Ties Thijsen maar. Ze vonden hem bij het hek. Toch