is toegevoegd aan je favorieten.

Twaalf vertellingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ze kon niet weg van de kinderen."

Nella's mond verbeet een grijns van spot. Ze zei verder niets.

* *

*

Nu waren ze allemaal weg om Trezia mee te begraven. Langzaam trok de stoet door den grauwen November-morgen.

Ouwe Giel zat bij het vuur en den zingenden waterketel in het donkere binnenhuis.

De stilte deed hem goed. De verstarring ontspande zich en langzaam vloeiden tranen uit z'n oogen. Het waren de eerste, die hij om Trezia schreide, ze waren mild en warm en deden hem herleven.

„Trezia is dood, en ik zit hier alleen" — dat had hij al die dagen om- en omgekeerd in zijn trage gedachten. Nu eerst begreep hij het ten volle. Langzaam drong het door tot in zijn diepste hart. Hij richtte zich recht en luisterend in zijn stoel op, om te hooren naar haar verloren voetstappen. „Dood" kreunde hij, en moeitevol stond hij op, langzaam sloffend naar het donker raam, alleen te onderkennen aan de strepen daglicht, die door de spleten der gesloten blindjes drongen. Hij wrikte aan de venster-stang, — beverig, onhandig, schoof de grendels weg en stiet de luiken