is toegevoegd aan je favorieten.

Twaalf vertellingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ja," knikte de oude nadenkend, en toen : „Kun je het sleutelgat zien ? Hier, steek er den sleutel in. 't Is moeilijk, hè ?" Samen stonden ze te tasten en te beproeven — eindelijk week het slot, de deur ging open, het kind lichtte de lantaarn op en stond op den drempel bevreesd naar binnen te zien.

„Kom maar, bang hoef je niet te zijn," zei ouwe Giel, zelf huiverig van de schaduwen, die het wakkerend lichtje daarbinnen bewegen deed. Een duffe lucht sloeg hem tegen. „Kom maar — hier is 't goed."

't Was daar alles onveranderd zooals den dag van Trezia's begrafenis. Maar het vreemde lichtje spookte met wonderlijke glansen langs de muren. Geen van beiden durfden ze spreken. Eindelijk fluisterde het kind bang : „Waar is grootmoeder Trezia dan ?"

De oude antwoordde niet, hij zat in zijn stoel te hijgen naar adem, zijn gansche lichaam trilde. Treeske zonk neer op de haard-tree en kroop in elkaar, de armen om de knieën.

„Ga daar niet binnen," prevelde de oude na een poos, angstig met de oogen wijzend naar het deurtje van Trezia's sterfkamer.

Toen verzonken ze beiden in hun stilzwijgen.

Na een pooze sliep Treeske met het hoofd op de knieën.