is toegevoegd aan uw favorieten.

Twaalf vertellingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En toch een mirakel... Ik weet 't nu opeens : Christus waakt over goeden en boozen... Kom mee. Weg hier."

„Als er toch niks met jou is aan te vangen, lafbek, dan maar vort... voor ze ons hooren. Ik heb er m'n bekomst van."

„Jullie voorop. Afgemarcheerd !

Met de bijl omhoog blijft Gradus onder het open venstertje op schildwacht. Tot hij niets meer hoort van hun voetstappen. Dan, heel voorzichtig, met ingehouden adem en kloppend hart, heft hij zich op, om nogeens even naar binnen te kijken. Maar het opkamertje is leeg, een zwarte leege nachtholte. Alleen de geur van de winterappels waait hem tegen.

Met een sprong en groote stappen haalt Gradus de twee in.

Achter de groote inrijpoort staat Andreeke in z'n nachtpon. Hij heeft het lichtje op den grond gezet, reikt naar den grendel, naar den sleutel, reikt op z'n teentjes, het handje hoog gestrekt, reikt, rammelt — maar kan in sleutel of grendel geen beweging krijgen. Ontmoedigd laat hij de armpjes zinken, houdt den adem in en luistert. Achter hem het groote open erf.