is toegevoegd aan je favorieten.

Twaalf vertellingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vuur niet alleen op Overberg, maar op alle heuveltoppen rondom, en beneden in de beemden evengoed op drie, vier plaatsen. Dat noemden ze „de Doornenkroon verbranden." Het Lijden van Jezus onzen Heer, dat ze heel de Vasten door zoo innig hadden meegeleefd, werd dan tot een wijd-uitschijnend licht, een laaiend vuur, waarin tegelijk alle donkere zorgen van den winter verteerden, en dat de Verrijzenis vierde ook van den nieuwen zomer.

Het moet en kan niet anders meer : Adam Daniëls gaat vandaag een Paaschvuur stoken ! Al is dan, als zooveel andere goede oude gebruiken, ook dit in Limburg vergeten geraakt, eenmaal nog en laat het dan voor het laatst zijn, zal op Overberg de Doornenkroon verbrand worden.

Hij is al bezig met de zeis. De ranken van braam en driedoren en wilderoos en alle dorre distels vallen op hooge tassen, die hij voortsleept naar den ronden uitsprong van het heuvelvlak, schuins voor de hoeve en er van gescheiden door den karreweg en een zestal oer-oude stronkige knotlinden. Hoog en breed hoopt de brandstapel zich op. En aldoor slaat hij hem met de gaffel vaster opeen en sleept hij nieuwen aanvoer bij. Een vuur moet het worden zóó groot en stralend, dat het heel het dorp en alle heuvels overschijnt, den dag der Verrijzenis ter eere.