is toegevoegd aan je favorieten.

Twaalf vertellingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wisch Stroo. en dan die vlammen onder in den dorentas... Wat smeulen en knetteren eerst, dan blauwe vuurtongen, gele vuurslangen, en opeens slaat het uit m lichte laaie...

„Brand op Overberg!" _ „Ouwe Adam viert Paschen als honderd jaar terug". - „De gek van Overberg ls aan 't vonkelen !" — „Brand ! Brand !"

t-en troep zondaghouders, die van de eene herberq naar de andere zeulen, jonge mijnwerkers met de zakken vol geld, hebben den gloed gezien, die van daar omhoog heel den omtrek overstraalt. „Brand !"

ijven ze brooddronken schreeuwen, en ze hollen op den berg aan.

Als een troep baarlijke duivels ziet Adam Daniëls ze opduiken van achter den heuvelrand, in den rooden gloed zwarte schaduwen, die vervaarlijk de armen zwaaien en met dolle sprongen als bezetenen op het vuur aanstormen : „Blusschen !" brallen ze, en ze beginnen klodders en kluiten en heele graszoden op het vuur te gooien, zoeken en tasten dan rond naar wat ze grijpen en vangen kunnen. Eén, die bij alles de belhamel is, roept uit het schob : „Hier, jongens !" en ze komen met planken, met wagenraders aansjouwen met verroeste ploegen en aftandsche eggen, met een heele kruikar, met den ouden disselwagen zelfs, met