is toegevoegd aan je favorieten.

Twaalf vertellingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„U zult wel zien, juffrouw Neeltje," bereidt Leo Looyers haar op het laatste oogenblik nogeens voor, „hoe minder woorden, hoe beter."

In haar eigen bedje ligt Hanneke, op haar eigen glanzend witte kamer, waar alle poppen, de teddyberen, Jan Klaasen, harlekijn en het wollen schaapje, de Volendammertjes, eend, olifant en ezeltje van de muurplank verbaasd over haar en al de medicijnfleschjes en maatglaasjes en hospitaaldingen heenstaren naar de kleuters in den fleurigen behangrand, die midden in hun ronderei van angst verstard schijnen. Op het hoektafeltje een azaleaboompje in rooden bloei, groote bossen witte chrysanten, kristallen vazen met rozeknoppen ; vlak bij haar bed het stoomertje, dat maar dampt en dampt; het lichtend straalkacheltje ; 't poogt al te samen de atmosfeer van een bloeiend tuintje in een zoelen, zonnigen Junimorgen te laten leven in de ziekenkamer.

De verpleegster is na den eten weggegaan, en 't duurt 'n paar uur eer haar plaatsvervangster voor den nacht komt. Dat wisten ze: het eenige uur voor Neeltje...

Eergisteravond hebben de dokters, de dokters-inconsult, een longontsteking geconstateerd, zóó hevig,