is toegevoegd aan uw favorieten.

Johannes Joseph Aarts, 1871-1934

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE TENTOONSTELLING.

A. De Teekeningen.

Geen der teekeningen van Aarts werd door den kunstenaar bedoeld als zelfstandig kunstwerk; het zijn alle composiitieschetsen, notities van invallende ideeën, experimenten volgens bepaalde stijlbeginselen of verder doorgevoerde bladen, die dan bedoeld zijn als voorbereidingen voor de daarna uit te voeren prent. Door de tecfhniek, waarin hij zich dezen prent dacht, werd de teekenwijze bepaald. Terwijl dus die notities in houtskool of diep zwart krijt gehouden werden, vinden wij de voorbereidingen voor prenten, wanneer een gravure bedoeld werd, in uiterst zorgvuldige potloodbewerking, voor de houtsnede daarentegen in pen en inkt, terwijl voor de krijtlitho het zachte krijt behouden bleef. Deze teekeningen geven vaak volkomen het met de prent bedoelde beeld aan.

De teekeninigen werden in de nalatenschap van Aarts gevonden in portefeuilles en schetsboeken. Enkele dezer schetsboeken konden uit elkaar genomen worden, om meerdere bladen te kunnen tentoonstellen. Het niet tentoongestelde materiaal kan den bezoeker op verzoek in de studiezaal voorgelegd worden.

B. De Houtgravures.

Over het algemeen vroege prenten, waarbij Aarts al spoedig naast de burijn ook de guds, 'het werktuig voor de 'houtsnede, op het kopshout (dat de typische grondstof voor de houtgravure is) gebruikte. In den loop der jaren gaat hij hoe langer 'hoe meer met de guds werken, zoodat het aantal zuivere houtgravures slechts gering is; maar eerst op het einde ontstaan een aantal zuivere houtsneden. Over het algemeen kan men zeggen, dat deze prenten vroeger zijn, naarmate zij sterker als een gravure, dat wil dus zeggen met de iburijn, bewerkt zijn.

C. De waschlitho.

Deze uiterst moeizame techniek, het uitwasschen, aquarelleeren, van de dikke inkt op de lithografische steen, waarbij deze dan nog geschrapt en geschaafd wordt en alle mogelijke gecompliceerde bewerkingen ondergaat, schijnt Aarts alleen in zijn jonge jaren te hebben toegepast. In dien tijd, omstreeks 1900 dus, beschikte men niet over de diepzwarte drukinkt,